Inktvraat. Ik had er nog nooit van gehoord, maar onlangs heb ik het beest in de ogen mogen kijken.

Ik was voor een reportage te gast in de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag (naast Centraal Station, als je in die regionen een keer wat tijd te doden hebt – ga daarheen!). Ik zou iets schrijven over deze nieuwe site van de KB, waarop je boeken en manuscripten van (vooral) dooie Nederlandse filosofen kan raadplegen alsof je ze zelf in handen hebt. Google is bezig om de hele KB-collectie te digitaliseren en via Google books gratis toegankelijk te maken (vooralsnog beperkt Google zich tot boeken waarvan het auteursrecht verlopen is, maar hoe lang zal dat nog duren?). In de toekomst is er dus strikt genomen niks aan de hand als de KB afbrandt.

Hoewel: het voelen en ruiken (ja, je mag er met je handjes aan zitten) van een eeuwenoud manuscript blijft een onvervangbare sensatie. En inktvraat, waarbij ijzerdeeltjes in de inkt het papier wegvreten, moet je eigenlijk ook een keer in het echt aanschouwen. Neem bijvoorbeeld deze titelpagina van een handschrift uit 1431, een boek met preken van paus Gregorius de Grote. De letters hebben in de loop der tijd een eigen willetje gekregen. De inkt is eerst, zoals dat in vaktermen heet, naar de andere kant van de pagina ‘gemigreerd’. Daarna zijn de letters met papier en al verdwenen. Harry Potter kan er nog wat van leren. Inktvraat – het mag dan de grootste vijand zijn van conservators, ik vind het van een wonderbaarlijke schoonheid.

Mijn stuk over de KB in Trouw lees je hier.