FILOSOFISCH ELFTAL – Het grootste handelsakkoord tussen Amerika en Europa uit de geschiedenis komt eraan: TTIP. Is het een vloek of een zegen? En vervult de politiek de juiste rol?

Er wordt al meer dan twee jaar over TTIP onderhandeld, maar tot voor kort hoorde je er weinig over. Daar is dit jaar verandering in gekomen. In Duitsland en elders braken anti-TTIP-protesten uit, in Nederland sloeg tv-maker en satiricus Arjan Lubach TTIP-alarm. Er kwamen Kamervragen; de demonstratiedrang kwam naar boven, ineens leeft het onderwerp volop.

Niet onterecht, want het gaat hier om het grootste trans-Atlantische handelsakkoord dat ooit boven de markt gehangen heeft. De bedoeling van de landen die erover in onderhandeling zijn, is dat TTIP (Trans Atlantic Trade and Investment Partnership) de handel zal versoepelen en bevorderen. Bureaucratische rompslomp aan beide zijden van de oceaan zal worden geminimaliseerd, invoerrechten teruggedrongen, met als gewenst gevolg: meer import en export, meer handel en concurrentie, lagere prijzen. Wie kan daar nou tegen zijn?

Frank Ankersmit, partijideoloog die in 2009 de VVD verliet uit onvrede over het antwoord van zijn partij op de creditcrisis, maakt zich ernstige zorgen over TTIP.

Frank Ankersmit, emeritus-hoogleraar intellectuele geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen: “Niemand is tegen goede en florerende handel. Maar TTIP is een monstrum. Dit is een onderwerp van de grootste importantie. Groter dan IS en alle problemen met radicaliserende moslims bij elkaar. Het gaat de toekomst van de economische en politieke wereldorde bepalen. En als dit akkoord wordt aangenomen, wat volgens mij een kwestie van tijd is, dan ben ik daar niet optimistisch over. Het is de volgende grote stap in een gestage teruggang naar de Middeleeuwen. Maar dan een tandje slechter.”

Liesbeth Noordegraaf-Eelens, econoom en filosoof, verbonden aan het Erasmus University College Rotterdam: “Volgens mij is er geen reden om zulke onheilspellende taal uit te slaan. Het debat over dit handelsverdrag is sterk gepolariseerd. Dat leidt zelden tot een goede uitwisseling van argumenten. Het heeft geen zin om te doen alsof TTIP het Absolute Kwaad vertegenwoordigt, een samenzwering van het grootkapitaal tegen onschuldige en weerloze landjes.

“TTIP is een poging van de Verenigde Staten en Europa om de wederzijdse handel te stimuleren. Dat is ons aller belang. Over de wijze waarop het verdrag tot nu toe tot stand is gekomen, ben ik wél kritisch. Ik denk dat het te lang uitsluitend achter de schermen heeft gespeeld. Dat duidt overigens niet per se op slechte intenties van de opstellers, eerder op onderschatting van de interesse van burgerbevolkingen. Die werkwijze maakt mensen argwanend. En uiteindelijk werkt het averechts, dat zien we nu aan de protesten en de felheid van de tegenstanders.”

Ankersmit: “Prima, maar je kunt de protesten en burgerlijke bezwaren tegen TTIP niet afdoen als het gevolg van procedurefoutjes, of enkel een imagoprobleem. In tegendeel: die bezwaren lijken me zeer gegrond. Politici zouden met een overtuigend, feitelijk onderbouwd verhaal moeten komen om ze te weerleggen. Maar dat kunnen ze helaas niet.

“Eén essentieel aspect van TTIP is genoeg om het in zijn geheel af te keuren: de invoering in Europa van een ondoorzichtig arbitragerecht. Dat heeft nare gevolgen. Als straks een Amerikaans bedrijf een bepaald product wil gaan exporteren naar Europa, bijvoorbeeld naar Nederland, maar het blijkt dat dit product niet aan de Nederlandse wetgeving voldoet – bijvoorbeeld omdat er nogal ongezonde stoffen in zitten – dan kan Nederland dit niet meer tegenhouden. En als Nederland dat toch probeert, dan kan het Amerikaanse bedrijf de Nederlandse staat voor de arbitragecommissie dagen wegens protectionisme.

“Het resultaat kan dan zijn de Nederlandse staat – lees: de belastingbetaler – boetes van honderden miljoenen euro’s zal moeten betalen aan dat Amerikaanse bedrijf. Tenzij dat bedrijf alsnog in staat wordt gesteld om zijn inferieure product te gaan verkopen op de Nederlandse markt. Dan wordt het dus kiezen uit twee kwaden.

“Dit alles doet mij zoals gezegd sterk denken aan de Middeleeuwen, een tijd van vrije handel en zonder sterke staten. In de Middeleeuwen had je Hanzesteden, die onderling hechte handelsbetrekkingen hadden. Als de kooplieden van die steden een geschil hadden, dan vochten ze het ook onderling uit via arbitragerecht. Op deze handelspraktijken had de politiek, een lokale vorst of hertog, geen enkele invloed. Pas toen in de moderne tijd de soevereine koninkrijken en moderne staten opkwamen, werden de spelregels per grondgebied door de politiek bepaald. En nu, in onze tijd, zien we dat de politiek het roer zelf gewillig uit handen geeft aan de commercie. Omdat enkel de markt hen heilig is.

“Wat het nog erger maakt: in de Middeleeuwen had niemand er last van als kooplieden hun geschillen onderling uitvochten, in weerwil van lokale wetgeving of politiek gezag. Maar in onze tijd is deze praktijk een uitholling van het gezag van de politiek en van de staat. Buitenlandse bedrijven kunnen straks vrijelijk hun gang gaan op ons grondgebied, ongeacht de gevolgen voor milieu, arbeidsomstandigheden of concurrentiepositie van bedrijven die zich wel aan fatsoenlijke, democratisch vastgestelde normen wensen te houden.”

Noordegraaf: “Ik vraag me echt af of je het zo zwart-wit kunt stellen. Maak je dan niet dezelfde fout als de voorstanders, die niets dan goeds beloven, en een koopkrachtvooruitgang van 500 euro per gezin? Natuurlijk is het belangrijk dat we bepaalde sociale waarden en duurzaamheidswaarden in de gaten houden. Maar we moeten ook erkennen dat het voor de werkgelegenheid en de economie als geheel belangrijk is om mee te doen aan dit soort verdragen.

“Wat hier wel mist, is een gedegen afweging van waarden. De politiek heeft tot nu toe een waarde-afweging gemaakt in het voordeel van economische waarden. Daar is wel onderzoek naar gedaan, maar dat is te eenzijdig. Zelfs al hebben we baat bij groei van de werkgelegenheid, import en export: ook andere waarden zouden in het onderzoek betrokken moeten worden.

“En wat betreft de besluitvorming: ik zou over dit soort onderwerpen graag een referendum zien. Als mensen moeten kiezen tussen meer duurzaamheid of meer banen, dan durf ik niet te zeggen dat ze voor duurzaamheid zouden kiezen. Het is onterecht om de voordelen van TTIP weg te moffelen. Want het goedkoper worden van producten heeft ook grote voordelen, juist voor minder koopkrachtige mensen. Mensen met een lagere levensstandaard zouden er dagelijks voordeel van kunnen hebben.

“Ik zou willen weten hoe zij erover denken: misschien vinden zij het punt over het arbitragerecht niet zo belangrijk. Zouden tegenstanders wel akkoord gaan als geschillen via een Nederlandse rechter beslecht zouden worden in plaats van via arbitrage of is een handelsverdrag als TTIP per definitie uit den boze? De retoriek tegen zogenaamd louter agressieve Amerikaanse multinationals is me te makkelijk.”

Ankersmit: “Te makkelijk? Ik zeg u dit: iedereen die zich in 2008, toen de financiële crisis uitbrak, opwond over wat er toen gebeurde, dient nu opnieuw zijn oren te spitsen. Europa staat op het punt om waarden die dit continent in de loop van 2000 jaar heeft ontwikkeld, op te geven. In plaats van een gelijkwaardige partner te willen zijn op het schaakbord van de wereld, proberen we mee te gaan met de Amerikaanse manier van doen, alles waar we zelf voor staan veronachtzamend. Om straks wakker te schrikken als het al lang en breed te laat is.”

Trouw, 27-3-’15 © Marc van Dijk