Rebecca Solnit biedt hoop

Bijna dagelijks horen we ondergangsverhalen. De invloedrijke Amerikaanse schrijver Rebecca Solnit ziet de tegenslagen als de barensweeën van een nieuwe tijd, waarin mensen inzien dat alles met elkaar verbonden is.

Tal van Europese natuurgebieden stonden deze zomer in lichterlaaie, blussen vereiste het uiterste – ook bij Venray en in de Ardennen. Bordeaux werd bedreigd. Ik kampeerde er in de buurt, we stelden onze plannen bij.

Op de terugweg nam ik een TGV vanuit een benauwde, oververhitte stad. De mensen met wie ik een praatje maakte konden geen woorden vinden voor de brand, die op dat moment de stadsgrenzen naderde. Velen droegen een mondkapje vanwege het roet in de lucht.

Thuis lagen woonboten lusteloos op rivierbodems, Nederland waterland droogde op. Uit de kraan stroomde het water nog wel schijnbaar onbeperkt. Maar daarin zit steeds meer pfas (het punt nadert dat kraanwater drinken niet meer verstandig is).

Denker der Nederlanden David van Reybrouck noemt het ‘de zomer van de waarheid’. Maar aan de overkant van de oceaan regeert een president die klimaatverandering nog steeds ‘oplichterij’ noemt, die stopt met de financiering van meetstations in de diepzee, alles om de waarheid niet te hoeven zien.

Terwijl de urgentie van het klimaatprobleem terug lijkt te komen in ons bewustzijn, keert ook het moedeloze gevoel terug dat actie niet te verwachten valt. Ook onze eigen premier ziet na het reces geen reden om beleid aan te scherpen. Zijn klimaatdrammer-T-shirt draagt hij nooit meer sinds hij met de belofte van optimisme de verkiezingen won.

Het valt niet mee om vooruitgang te zien, behalve misschien op technologisch vlak – en ook die stemt niet gerust. Het overspannen geloof in AI roept minstens zoveel kwellende vragen op als dat het mogelijkerwijs hoop kan geven. En toch doet de invloedrijke Amerikaanse essayist en activist Rebecca Solnit een poging om deze tijd anders te duiden. Zij stond ooit aan de basis van het begrip mansplaining, maar dat ga ik natuurlijk niet uitleggen, zoek het zelf maar even op.

De monsters zijn onder ons

Volgens Solnit, wier laatste boek onlangs in Nederlandse vertaling verscheen, bevinden we ons in een ‘bijzonder tijdperk, een gouden tijdperk zelfs’. Het is een periode van gruwelijke verwoesting, maar ook van ‘dapper verzet’ en de ‘grenzeloos creatieve, fantasievolle herziening van waarden en mogelijkheden’.

En die natuurbranden dan, en de smeltende gletsjers en de permafrost? Allemaal bewijzen die het steeds duidelijker maken dat een economie gebaseerd op fossiele brandstoffen en wegwerpbaarheid, overconsumptie en vervreemding ten dode opgeschreven is.

Een begrip als ‘vervreemding’ past in deze opsomming, omdat Solnit kijkt vanuit de samenhang: economische exploitatie en extractie staan volgens haar niet los van politieke ideologieën als neoliberalisme en (neo)kolonialisme; eenzaamheid en depressie hangen samen met gewelddadige systemen die ongelijkheid vergroten en de mensheid verdeeld maken en houden.

Die orde verkruimelt zienderogen, maar degenen die er baat bij hebben dat de oude orde blijft bestaan, zullen er alles aan doen om hun voorrechten te behouden.

Solnit citeert in Het begin volgt op het eindebekende woorden uit de dagboeken van de Italiaanse marxistische filosoof Antonio Gramsci, die hij rond 1930 schreef als politiek gevangene van de toenmalige fascisten: ‘De oude wereld is stervende. De nieuwe laat op zich wachten. In dit licht-donker verrijzen de monsters’.

Ja, de monsters zijn onder ons, erkent ze, maar dat woord komt van monstrare, wat ‘tonen’ of ‘waarschuwen’ betekent. Het succes van extreemrechtse populisten en autocratische leiders valt samen met die monsterlijkheid. Wie herkent niet het gevoel dat onze systemen falen, dat de versleten antwoorden niet meer volstaan, dat het bouwwerk van onze instituties, regels, curricula en sociale rollen voelt als een verzameling kapot gereedschap? Het hoort in Solnits ogen allemaal bij het stervensproces, want de nieuwe wereld is er al, maar haar succes vergt doorzettingsvermogen en roept weerstand op.

Rups wordt vlinder

Het lijkt een cliché, maar denk hierbij aan een rups die verandert in een vlinder. Een onooglijk en vraatzuchtig diertje dat blad verslindt, verandert in een vederlicht en kleurrijk gevleugeld wezen dat nectar drinkt uit bloemkelken.

En Rebecca Solnit wijst erop dat deze transformatie bepaald niet gracieus verloopt. De rups valt uiteen en verandert in een slijmerige brij, aangestuurd door de zogenaamde ‘imaginale cellen’. Het immuunsysteem van de oplossende rups ziet de imaginale cellen in die smurrie als vreemde elementen en valt ze aan. Maar ze overwinnen de aanval en vermenigvuldigen zich, voeren instructies uit en zo wordt de rups een vlinder.

In Solnits ogen is dit precies wat wij nu om ons heen zien: de transformatie is gaande en valt niet meer te stoppen, en juist daardoor zien we felle tegenaanvallen. De hevigheid van die tegenaanvallen is geen signaal dat de strijd voor verandering verloren is, maar juist een teken van het succes van de transformatie.

Om dat te zien moet je met iets meer afstand kijken en de grote lijnen bestuderen die revolutionaire doorbraken laten zien, zoveel en zo snel zelfs dat we ze zelf bijna niet op waarde schatten. Denk aan de afschaffing van slavernij, de emancipatie van vrouwen, de beëindiging van kolonialisme, de afbraak van racistische wetten en een eind aan de discriminatie en onderdrukking van tal van minderheden. En de groei van milieubewustzijn en dierenwelzijn in wetgeving.

Solnit bespeurt in ons gezamenlijke wereldbeeld een verschuiving van de fixatie op het geïsoleerde individu naar het besef dat alles met elkaar verbonden is – mensen, dieren, natuur, (eco)systemen. Hierin ziet ze de onderstroom die alle veranderingen verbindt.

Ook wetenschappelijke verschuivingen ondersteunen dit: nieuwe inzichten in biologie en psychologie stellen dat organismen en systemen relationeel functioneren in plaats van als geïsoleerde eenheden met harde grenzen.

Rechten voor rivieren

In de natuur blijkt symbiose minstens zo belangrijk te zijn als hiërarchie en strijd, en ook wij zelf zijn minder begrensd dan we altijd dachten. Mensen leven bijvoorbeeld enkel bij de gratie van niet-menselijke levensvormen zoals bacteriën.

De wetenschap bevestigt volgens Solnit het besef van onderlinge verbondenheid dat in inheemse culturen gemeengoed was, maar dat in het industriële Westen werd afgedaan als bijgeloof en irrationeel animisme. Nu krijgen rivieren in meerdere landen rechten, vanuit het besef dat de natuur in onze juridische en politieke systemen een stem moet hebben.

Solnit opent haar boek met de teruggave van land in Californië aan oorspronkelijke gemeenschappen en de verwijdering van vier dammen in de 422 kilometer lange Klamath-rivier in 2024 – de grootste damverwijdering in de Amerikaanse geschiedenis – waarna de chinook-zalm daar terugkeerde.

Deze vis, die tegen de stroom in zwemt, is zinnebeeldig voor natuurherstel tegen de klippen op. Solnit koppelt dit aan een breder herstel van inheems rentmeesterschap als richtinggevend model voor landbeheer. Denk opnieuw aan de bosbranden: experts stellen dat de branden vaak extra hard gaan doordat de natuurgebieden verkeerd beheerd zijn. Inheemse gemeenschappen wisten bosbranden te voorkomen, zelfs door tactisch gebruik van vuur (waarmee ze hier en daar openheid creëren).

Verspreiders van zaden

Tastbare resultaten zoals landteruggave aan groepen die tot voor kort niet eens bestaansrecht hadden, zijn net als alle bevrijdende wetten en veranderde normen het gevolg van jarenlange vasthoudende inspanningen van activisten, die Solnit ziet als de planters en verspreiders van zaden.

Ze laat zien hoe ook zij onderling verbonden zijn; zo inspireerde de Amerikaanse burgerrechtenbeweging de boeddhistische zenleraar Thich Nhat Hanh, die op zijn beurt Martin Luther King ertoe bracht zich uit te spreken tegen de oorlog in Vietnam.

De twintigste eeuw was de eeuw van de atoombom, maar ook van geweldloos verzet als effectief geopolitiek middel, als eerste toegepast door Gandhi. Realiseren we ons dat kolen vorig jaar zijn ingehaald door hernieuwbare energie als grootste bron van elektriciteit wereldwijd?

Solnit houdt geen goednieuwsshow en is ook niet naïef over de intenties van ‘de oligarchen van Silicon Valley’, die vastbesloten zijn om hun nieuwe technologieën in te zetten voor ‘die oude, stervende wereld van ongelijkheid en hiërarchie, van extreme rijkdom en armoede, extreme macht en machteloosheid, isolationisme en vervreemding, van extractivisme en commercialisering – zelfs als het gaat om kinderfantasieën en onze dromen’.

Ze roept ons allemaal op om te helpen bij het planten van zaden, zodat de imaginale cellen het daadwerkelijk zullen winnen en de vlinder er zal komen.

Marc van Dijk werkt aan het boek ‘En tóch gaat het goedkomen. Filosofische gids voor een optimistisch leven’ (verschijnt in maart 2027 bij Ambo Anthos).

Rebecca Solnit
Het begin volgt op het einde. Over een veranderende wereld
Vertaling Inger Limburg
Nieuw Amsterdam; 192 blz. € 22,99


Marc van Dijk © Trouw, 2026