FILOSOFISCH ELFTAL – Het extremistische geweld van IS (voorheen Isis) zou ‘religieus gemotiveerd’ zijn. Kan je het geloof van een terreurbeweging met recht een religie noemen?

Terreurbeweging IS (voorheen Isis) maakt een stormachtige opmars in Irak en Syrië. Met groot propagandistisch vernuft weet ze haar beelden over de wereld te verspreiden. Wie de beelden bekijkt, ziet de gruwelijkste executies, begeleid door vrome taal over ‘Allah, de Barmhartige, de Genadevolle’.

Wie zich bekeert kan blijven leven, al is omkeer voor degenen die met ‘de vijand’ geheuld hebben te laat. IS gebruikt religieuze taal, vormen en symboliek, maar is dit ook daadwerkelijk religie?

Désanne van Brederode, schrijver en filosoof: “Dit is hoogstens religie in een ontaarde vorm. Deze mensen spelen voor God. Ze menen zelf te kunnen bepalen wie het recht heeft om te leven en wie niet. Ze voltrekken ook nog eens eigenhandig het vonnis, waarvan ze de beelden schaamteloos exploiteren en daarmee menen ze God te dienen. Dat is niet religieus, integendeel, dat is zo blasfemisch als maar kan.”

Hans Achterhuis, filosoof, rondt momenteel met Nico Koning een boek af over geweld, getiteld ‘De kunst van het vreedzaam vechten’. “Waarom zou IS niet religieus zijn? Er bestaat al eeuwenlang een hechte relatie tussen religie en geweld. De Franse antropoloog René Girard liet zien dat de oerversies van religies voor een belangrijk deel gebaseerd waren op de vervolging van een zondebok. Veel oorsprongsmythen van volken, religies en staten – of het nou gaat om Rome of het oude Griekenland – zijn waanzinnig gewelddadig. Vaders vechten met zoons, broers met broers. De Bijbel begint praktisch met Kain die zijn broer Abel dood slaat. Alle vroege samenlevingen kenden mensoffers.

“Ook in het middeleeuwse christendom zie je nog een sterk gewelddadige lijn: de Joden werden massaal vervolgd, omdat ze de schuld kregen van de pest. Als moderne mensen zeggen wij nu: dat waren natuurlijk bedachte beschuldigingen. Maar dat neemt niet weg dat men er destijds heilig in geloofde. Religie en geweld hebben een gedeeld DNA.”

Van Brederode: “Ga je daarmee niet voorbij aan een belangrijke tegenkracht tegen geweld, die ook in religie zit? Filosoof Marc de Kesel laat in zijn boek ‘Goden breken’ prachtig zien hoe de monotheïstische godsdiensten een soort zelfreinigende kracht in zich dragen. Er zijn volgens De Kesel in al die godsdiensten steeds weer mensen die opstaan en die – aanvankelijk subversief – de bronnen opnieuw interpreteren, mensen ervan doordringen dat je over God nooit het laatste woord kan spreken. En die bijvoorbeeld dat wat is verworden tot machtswellust en gewelddadigheid, opnieuw ijken. Het religieuze blijft een verlangen.

“Jezus zelf belichaamde de godsdienstige wet op zo’n manier dat hij hem kon leven, niet als een godsdienstcriticus of guerrillastrijder, maar als iemand die op eigen gezag kan afwijken van de bestaande regels, bijvoorbeeld omdat een mens die voor hem staat belangrijker is dan een bepaald voorschrift. Jezus brak met geen enkel gebod, maar het gebod tot naastenliefde omvat alle andere geboden en gaat daar soms bovenuit – hoe vaak er ook in Jezus’ naam gemoord is.

“Zonder dit vermogen om zelf een keuze te kunnen maken ten aanzien van overgeërfde wetten en regels, zou ook het protestantisme nooit ontstaan zijn. Ik denk dat dit uitgesproken religieuze vermogen om het eigen geweten te vormen en te laten spreken trouwens ook haaks staat op de slaafse volgzaamheid die groepen als IS met geweld afdwingen.”

Achterhuis: “Als de acties van IS niet religieus zijn, dan zou je ook moeten zeggen dat bijvoorbeeld de bloedige burgeroorlogen tussen protestanten en katholieken niet religieus waren. Is er dan pas religie gekomen in de zeventiende of achttiende eeuw, toen de mensen tolerant werden?

“Natuurlijk is er een duidelijke neiging, het meest evident in het jodendom en later in het christendom, om dat geweld aan de kaak te stellen. Er is een overgang in de offercultus, bij Abraham, die nog denkt dat hij zijn oudste zoon moet offeren, maar tegengehouden wordt door een engel. Karen Armstrong beschrijft deze grote transformatie. Dat gaat met name over de tijd rond 600-700 voor christus. God wil geen offers, zeggen profeten als Amos, maar rechtvaardigheid.

“Dat besef is daarna alleen nogal verwaterd. Die oude religieuze verbindingen met geweld zijn toch altijd heel sterk aanwezig gebleven, ook in het christendom. Nadat het christendom staatsgodsdienst werd in het Romeinse rijk werden ketters vervolgd. Augustinus zegt letterlijk over de ketterse donatisten, met een citaat van Jezus zelf: ‘Dwingt hen om in te gaan’. Dat betekende: ze moesten zich bekeren, anders ging hun kop eraf.”

Van Brederode: “Ook dit lijkt me een voorbeeld van ontaarde religie. Wat hier speelt is het verschil tussen uiterlijk en innerlijk religieus zijn. In de seculiere samenleving zijn er veel mensen die zeggen: ik geloof, maar ik heb geen idee of ik bij een godsdienst hoor en zo ja welke. Bij groeperingen als IS zie je het tegenovergestelde: ze horen wel ergens bij, maar de religiositeit die ze beleven is totaal niet verinnerlijkt. Het bestaat enkel uit het uitbesteden van de moraal, het volgen van interpretaties die anderen doen en de regels die anderen stellen.

“Innerlijke religiositeit hangt samen met het besef dat je je leven niet aan jezelf te danken hebt. Dat het een genade is dat je hier mag zijn. Ik kan de wreedheden die deze groeperingen begaan dan ook met geen mogelijkheid rijmen met werkelijk religieuze gevoelens, hoogstens met de wens om de eigen wandaden te rechtvaardigen via een extern systeem dat geen ruimte laat voor eigen vragen. Dit is dus geen gelovigheid, maar spotternij. Hoe kan je geloven dat je door God geschapen bent, als een wezen dat mededogen kan voelen – want dat is ook in de islam een groot thema – en dan zulke daden begaan?”

Achterhuis: “Ik zie geen wezenlijk verschil tussen IS en de beroemde vierde kruistocht tegen de katharen, met de moordpartij in het Franse Béziers. Een complete stad werd uitgemoord. Iemand sprak de gezant van de paus daar op aan, omdat er vast ook goede christenen in die stad woonden. Zijn antwoord luidde: ‘Dood ze allemaal, God zoekt de zijnen er wel uit.’

“Ik zie religie als een heel ambivalent verschijnsel. Natuurlijk kan het in de eigen gelederen vrede brengen. Maar in deze vorm is het vooral een dodelijk middel. Wat er nu in Irak gebeurt, is eerder gebeurd in Vietnam. Het waanzinnig goed bewapende leger van Zuid-Vietnam kon geen enkele weerstand bieden aan mensen die ergens in geloofden – want communisme zie ik ook als een religie.

“Het zal straks ook weer in Afghanistan gebeuren. Als de Amerikanen daar weg zijn, zal het Afghaanse leger, waar miljarden aan besteed worden, in elkaar zakken. Omdat er religieus gemotiveerde tegenstanders zijn.”

Van Brederode: “Ik blijf me afvragen wat er dan ‘religieus’ is aan die motivatie. Religie is meer dan het fanatiek aanhangen van een set idealen of gedachten van een ander. Van moslimvrouwen die ik ken heb ik geleerd dat de gewapende Jihad ‘de kleine Jihad’ genoemd wordt. De ‘grote Jihad’ is de strijd die je innerlijk voert, de worsteling met je eigen tekortkomingen en begeertes. Die grote Jihad voer ik al jaren.

“Het is alleen al belangrijk om het onderscheid tussen deze extremisten en religie te blijven zien omwille van al die moslims die volstrekt niets met deze weerzinwekkende praktijken te maken hebben, maar die er nu wel weer opnieuw mee geassocieerd zullen worden. Vooral door mensen die toch al denken dat de islam per definitie niet te vertrouwen is.”

Trouw, 20-06-14 © Marc van Dijk