FILOSOFISCH ELFTAL — Een kersttoespraak van paus Benedictus XVI leidde in Nederland tot woedende reacties. De paus zou hebben aangezet tot homohaat.

Twitter ontplofte, een tv-presentator liet zich ‘ontdopen’, het COC riep de regering op tot maatregelen. Volgens historicus Jan Dirk Snel, die reageerde in de Volkskrant, bleek uit de reacties dat ‘velen in Nederland’ het door de paus geopperde open gesprek ‘niet willen en het zelfs ronduit verafschuwen’. “Zij schelden liever. En zij schelden uit naam van de moraal.”

Volgens filosoof en NRC-columnist Bas Heijne kan niet volstaan worden met het bekritiseren van de felheid van het ‘morele gescheld’. De pauselijke woorden zijn volgens Heijne wel degelijk ‘gevaarlijk’. Juist de ‘omfloerste toon’ van de kerkvorst verhult zijn ware bedoeling: de homo neerzetten als de vijand van de mens. Filosofisch Elftal-spelers Ger Groot en Alicja Gescinska reageren.

Ger Groot: “In je reactie zal je minstens het verschil moeten aangeven tussen expliciete en impliciete beweringen. Wat iemand zegt en wat jij daaruit logisch meent te kunnen afleiden over zijn verdere bedoelingen, zijn andere zaken. Als de paus de waarde van het traditionele gezin verdedigt en het existentialisme in twijfel trekt, moet je hem – als je dat nodig vindt – aanvallen op die zaken. Niet op een homohaat die nergens uit zijn woorden blijkt.”

Alicja Gescinska: “Het is terecht dat Jan Dirk Snel het morele gescheld aankaart. In de betreffende boodschap van de paus staat niets nieuws, en toch worden zijn woorden geïnterpreteerd als een opzienbarende provocatie.

“Dit is een symptoom van de verregaande polarisatie, die helaas in veel landen aan de orde van de dag is. Denk aan de geradicaliseerde wijze waarop de presidentscampagnes in de Verenigde Staten zijn verlopen. En aan de commotie rond de kersttoespraak van de Belgische koning Albert II. De koning waarschuwde voor populisme en racisme. Hij bracht daarbij in herinnering hoe de economische crisis in de jaren dertig hand in hand ging met een diepgaande politieke en maatschappelijke crisis.

“Bart De Wever, de nieuwe messias van de Vlaams-nationalisten, vond dat de koning hiermee de helft van Vlaanderen voor fascist had uitgemaakt, de democratie had aangetast en een bom onder de samenleving had geplaatst. De Wevers samenvatting werd al gauw voor waarheid aangenomen. Ik heb daarop een opiniestuk geschreven in De Standaard, waarin ik duidelijk maakte dat de koning iets heel anders had gezegd, en dat politici zich moeten hoeden om de zaken op de spits te drijven met overdrijvingen.

“Ik kreeg daarna op internetfora de volle laag. Bovendien werd ik ingedeeld in het kamp van de ‘vurige royalisten’. Alsof het verduidelijken van wat iemand wel en niet gezegd heeft ook betekent dat je het met die persoon eens bent.

“Deze kwesties vertonen hetzelfde patroon. Het debat staat volledig in het teken van ‘wij’ versus ‘zij’, waarbij ‘wij’ de onbetwistbare waarheid in handen hebben, en ‘zij’ verfoeilijk zijn.”

Groot: “Op hetzelfde moment vindt er een wonderlijke inflatie plaats van zwaarbeladen termen die met grote onbekommerdheid het publieke debat in worden geslingerd. Dan wordt elke kritiek op Israël ‘antisemitisme’, elke verdediging van het eigene ‘fascisme’ en elke bedenking bij homoseksualiteit ‘homohaat’. Ik denk weleens: beseffen mensen wel wat ze zeggen? Ze maken niet alleen elk gesprek onmogelijk, maar hollen ironisch genoeg zelf de zaken uit waarom ze zich zo druk zeggen te maken.

“Woorden hebben een betekenis, en die kunnen we niet naar believen naar onze hand zetten. Dat geldt voor de woorden van anderen: altijd moet je je afvragen: ‘Wat zegt die persoon nu werkelijk?’ Maar het geldt ook voor de woorden die je zelf gebruikt. Kijk eens, om naar de discussie rond de paustoespraak terug te keren, hoe onbenullig er vaak wordt gesproken over de scheiding van kerk en staat. Alsof kerken alleen nog maar over zichzelf zouden mogen spreken en niets meer te berde zouden mogen brengen over de samenleving. Waarom niet? Dat mag in een democratie iedereen, dus ook een kerk, ook een religieus leider.

“Je hoeft het vervolgens niet eens te zijn met wat zo iemand zegt. Maar hij heeft wel recht van spreken en verdient het ook ‘aan zijn woord’ te worden gehouden. Dát zijn de voorwaarden voor een gezonde publieke ruimte, en dus voor democratie. Die is uitgevonden om binnen de samenleving de verdeeldheid een plaats te geven die daarin altijd aanwezig is. Maar er is op het ogenblik een tendens om onwelgevallige meningen buiten die ruimte te houden. Zie de oproep tot het verbreken van de banden met het Vaticaan. Wat je dan uiteindelijk overhoudt, is een maatschappij waarin iedereen het met elkaar eens is en de staat de belichaming is van die eensgezindheid.”

Gescinska: “Ik kan trouwens best begrijpen dat sommigen in de toespraak van de paus impliciete kritiek op homoseksualiteit menen te ontwaren. Maar impliciete kritiek is niet hetzelfde als uitgesproken haat. En dat de paus het opneemt voor het klassieke gezin is zulk oud nieuws, dat we ook niet als door een wesp gestoken hoeven te reageren.

“De katholieke seksuele moraal loopt al decennia achter op de moderne tijd. Je moet dat kunnen bekritiseren. Zelf heb ik dat ook meermaals expliciet gedaan. In Polen staat de geestelijke Ksawery Knotz bijvoorbeeld in voor de ‘modernisering’ en ‘versoepeling’ van de katholieke seksuele moraal, maar tegelijk verkondigt hij wel dat zaadverspilling zondig is, dat zaad als antidepressivum werkt, maar enkel vaginaal en niet oraal in te nemen, want orale seks deugt niet. Ik heb die vermeende modernisering meermaals bekritiseerd, zonder te beledigen.

“De commotie rond de pauselijke toespraak laat zien dat velen niet bereid waren om te analyseren wat er werkelijk gezegd is. De toespraak is een bekritisering van het doorgeschoten individualistisch zelfontplooiingsideaal en een pleidooi voor de waarde van het gezin en de goddelijke oorsprong van de mens. Daaruit homohaat afleiden, getuigt van vooringenomenheid. Jammer genoeg zijn de slordigste lezers vaak de luidste schreeuwers. Schreeuwerige kritiek onthult vooral de gebreken van de criticaster, niet die van de bekritiseerde.”

Ger Groot is bijzonder hoogleraar filosofie en literatuur aan de Radboud Universiteit Nijmegen

Alicja Gescinska is filosoof te Gent. In haar proefschrift bespreekt ze onder andere de vrijheidsopvattingen van Karol Wojtyla (paus Johannes Paulus II)

Trouw, 4-1-13 © Marc van Dijk