Denker des Vaderlands René Gude bedacht in dit interview in Trouw de term depressionisme. 
Er woedt rond de duiding van economisch nieuws een slag tussen optimisten en pessimisten. Is er nou wel of niet sprake van economisch herstel? René Gude is naar eigen zeggen ‘depressionistisch’.

Wat wil dat zeggen?

“Een depressionist is ervan overtuigd dat het misloopt als hij er niet in slaagt zich welbewust bij een goede ontwikkeling aan te sluiten. De depressionist laat zich diep in de depressie zakken en houdt er niettemin een goed humeur bij. De depressionist herken je aan het feit dat hij nooit klaagt, niet omdat er geen reden voor zou zijn, maar omdat hij er gewoon niet aan begint.”

De termen ‘pessimisme’ en ‘optimisme’ zijn onbruikbaar?

“Nee helemaal niet. Pessimisme is een uitmuntende houding voor mensen die ervan overtuigd zijn dat de economie een blind proces is, net als het weer. Als je jezelf geen handelingsmacht toebedeelt en je weet zeker dat de overheid systematisch faalt en bankiers zakkenvullers zijn, dan kun je je maar beter instellen op een slechte afloop, dan valt het altijd mee. Als het verkeerd loopt heb je gelijk, als het goed gaat heb je geluk.

“Optimisme werkt ook prima als je ervan overtuigd bent dat de economie een blind proces is. Je kunt net zo passief blijven als de pessimist en erbij glimlachen. Het risico is wel dat je voor naïef wordt versleten en – dat is echt een nadeel – je bent veel minder grappig. ‘Het komt goed!’ klinkt toch een stuk minder lollig dan: ‘Why live if you can be buried for ten dollars?’ of: ‘Life sucks and then you’ll die’.

“Pessimisme en optimisme zijn vormen van humeurmanagement die zich beide weinig gelegen laten liggen aan wat er werkelijk gebeurt. In de jaren zeventig zeiden ze dan: ‘Het is een gevoel weet je. Je moet gewoon niet te veel in je ratio zitten, vogel.’”

Doe je de optimisten nu niet tekort?

“Ja, je hebt gelijk. Kritisch optimisme is zeer wel mogelijk. Leibniz, vader van het optimisme, gebruikte ‘optimum’ als een neutrale term. De wereld is op ieder ogenblik op te vatten als een optimum, als  de resultante  van alle op dat moment werkende krachten. Voor een groot deel zijn dat de ongetemde natuurkrachten, voor een deel de menselijke activiteiten.

“Leibniz’ voorstel: zorg dat je de natuurkrachten die inwerken op elk optimum doorziet en richt er de menselijke activiteiten naar. Maar draag de morele consequentie blijmoedig. Als je jezelf toestaat natuurkrachten te beheersen en je laat verleiden tot deelname aan ingewikkeld economisch gedrag, loop dan niet te miepen als het anders loopt dan gedacht. Bedenk dat je eigenmachtig ingrijpt en dus verantwoordelijk bent. Doe dat gerust, maar grijp ook in als je ingrepen te ingrijpend bleken. Blijf tegen alle teleurstellingen in  steeds streven van het ene optimum – dat kan op een bepaald moment bijvoorbeeld een mislukt huwelijk zijn – naar verbetering van het volgende optimum.  Mislukken mag, maar klagen niet. Het antwoord  van de klassieke optimist op de vraag: ‘Hoe gaat het?’ is áltijd: ‘Ik mag niet klagen.’ Ook als het slecht gaat.”

Dat lijkt wel depressionisme.

“Inderdaad. Leibniz heeft de term ‘optimisme’ ook helemaal niet bedacht. Hij werd ervan beschuldigd door tegenstanders. Laten we de geschiedenis van de filosofie herschrijven: Leibniz was de vader van het depressionisme.”

En wat doen we met de inflatie?

“De pessimist zal zijn spaartegoeden zien slinken, de optimist zijn schulden. De depressionist rekent uit wat hoger is in Nederland, de spaartegoeden of de schulden en gebruikt inflatie als instrument.”

Trouw, 15-8-’13 © Marc van Dijk