FILOSOFISCH ELFTAL – Is de populariteit van Bernie Sanders en Jeremy Corbyn een teken van een nieuwe sociaaldemocratische lente?

“Dit land is van ons allemaal, en niet enkel van de miljonairs,” zegt Bernie Sanders in zijn grassroots-campagne voor het Witte Huis. Burgers hebben Wall Street gered, nu moet Wall Street de burgers maar eens gaan redden. Hordes fans juichen hem toe met borden waarop staat: ‘A future to believe in’.

Bernie Sanders (1941) geniet als oude sociaaldemocraat een opmerkelijke populariteit bij met name jongere Amerikaanse kiezers. Al is hij nog steeds de underdog in de strijd om de democratische kandidatuur, tot nu toe maakt hij het tegenkandidaat Hillary Clinton een stuk moeilijker dan werd verwacht.

In Engeland wist afgelopen najaar al een oudere sociaaldemocraat het establishment van de progressieve middenpartij te verrassen; Jeremy Corbyn (1949) werd de nieuwe leider.

Sanders en Corbyn worden veel met elkaar vergeleken. Ook door oud-premier en Labour-leider Tony Blair, die deze week in The Guardian zei dat hij ‘de hedendaagse politiek niet begrijpt’. Hij denkt dat mensen voor dit soort kandidaten kiezen uit woede tegen de elite, op zoek naar iemand die aan de kooi rammelt, maar wat als die kandidaten uiteindelijk ‘niet verkiesbaar’ blijken te zijn?

Of misschien heeft het met de opkomst van sociale media te maken, oppert Blair. Daarin kan immers ‘op snelheid een enorme golf van enthousiasme’ ontstaan.

Robin van den Akker, docent filosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, moet lachen als hij dit hoort: “Het is tekenend dat iemand als Blair niets begrijpt van de opkomst van Corbyn en Sanders. Hij suggereert dat ze ‘niet verkiesbaar’ zullen zijn, wat bedoelt hij daarmee? Dat ze nooit president of premier kunnen worden? Of dat ze het niet zouden mogen worden omdat dit het definitieve failliet van zijn eigen denkbeelden zou aantonen? Blair, en andere politici van zijn generatie, noemden deze mensen zelfs ‘gevaarlijk’. Waarom? Omdat ze de politieke en economische belangen van de gevestigde orde bedreigen?

“Sanders en Corbyn staan niet op zichzelf. In Griekenland is er de socialistische partij Syriza. Die is weer de inspiratie geweest voor het Spaanse Pademos. Het is een teken des tijds, vooral omdat deze bewegingen door veel jongeren worden omarmd en verspreid.”

“Sanders en Corbyn zeggen beiden al sinds de jaren zeventig hetzelfde: luister naar de vakbonden, niet privatiseren of flexibiliseren, gratis onderwijs en gezondheidszorg. Dat is voor velen een ouderwets verhaal. Maar niet voor die jongeren. Die denken: verdomd, dat is een mooi idee. Sociaaldemocratie, nog nooit van gehoord.

“Jongeren ervaren aan den lijve waar de neoliberale natte droom van slechts in naam socialistische voorlieden als Blair toe heeft geleid. Flexibilisering van de arbeidsmarkt? Er is geen baan voor ze te krijgen. En al helemaal niet met een fatsoenlijk contract. Studenten kunnen zich opmaken voor een leven als schuldenaar. De ongelijkheid neemt schrikbarende vormen aan. En als klap op de vuurpijl is er het klimaatprobleem, waar de gevestigde orde nog steeds veel te weinig aan doet. We stevenen af op een clusterfuck van wereldhistorische proporties.”

“Tot halverwege de jaren 2000 was er nog steeds een soort ‘einde-van-de-geschiedenis-denken’, waarin links en rechts elkaar vonden in het vrijemarktdenken. Dat is voorbij. De geschiedenis heeft de voormannen van de ‘derde weg’ ingehaald. Dat stemt mij optimistisch. Natuurlijk moeten de nieuwe antwoorden deels nog wel gevonden worden. Je kan niet de antwoorden uit de jaren zeventig één op één kopiëren. Je kunt niet terug naar moderne tijden als je al postmoderne tijden hebt geleefd. Maar deze kentering geeft mij de verwachting dat die nieuwe linkse antwoorden gevonden gaan worden.”

Frank Ankersmit, emeritus-hoogleraar intellectuele geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen: “Ik help het u hopen. We kunnen inderdaad niet meer terug naar moderne tijden. Het grote probleem is dat er een gigantisch verschil is tussen de jaren zeventig en de wereld waarin wij nu leven. Het neoliberalisme heeft het politieke landschap onherkenbaar veranderd. Dat is, vrees ik, niet meer terug te draaien.

“Waarom niet? Omdat het niet alleen een probleem is van politici, maar ook van de burgers zelf. De Franse filosoof Michel Foucault was één van de eersten die dit voorzag. Hij introduceerde zijn interpretatie van het begrip neoliberalisme in 1978, in een beroemd geworden artikel. Foucault omschreef de toekomstige neoliberale samenleving als een wereld waarin de staat, of wat daarvan zou overblijven, mensen zou sturen zonder dat die mensen het idee hebben dat ze door de staat gestuurd worden. Foucault noemde dat ‘governmentality’.

“Het lijkt me dat we dit punt ruim en breed bereikt hebben. We zijn hier allemaal nijvere bijtjes geworden. We doen mee aan een ratrace, zelfs bouwvakkers en verpleegsters moesten zzp’er worden, zonder dat we zelfs maar het idee hebben dat dit een opgelegde keuze is. De staat heeft in ons leven geen prominente plek, maar is op een weinig zichtbare manier prominenter in ons leven aanwezig dan ooit.”

Van den Akker: “Ik deel de diagnose, maar wil waken voor voortijdige statelijke euthanasie, en daarmee de rol die een werkelijk sociale en ecologische staat nog zou kunnen vervullen. Het probleem is dat een hele generatie politici, de generatie Samsom-Rutte-Dijsselbloem, ervan overtuigd is dat de overheid zich zo min mogelijk met de werkelijkheid moet bemoeien. Dat iedereen zichzelf zal redden via de markt. Maar die tijd loopt nu ten einde.”

Ankersmit: “Mee eens, maar dit is niet iets wat je even doorbreekt met een ander politiek programma. De verticale staat is een horizontale staat geworden. Het neoliberalisme zit in de burgers zelf, hoezeer diezelfde burgers daar ook hun afkeer over uitspreken. De nijvere bijtjes zijn zelf gaan geloven dat de staat niet anders kan functioneren dan ze doet: ruim baan geven aan het grootkapitaal, elk sociaal ideaal en elke gemeenschappelijkheid prijsgeven. Zelfs als in Amerika beide ouders in een gezin twee banen hebben en dan nog nauwelijks rond kunnen komen, geloven ze dat dit is waartoe God ze op aarde heeft gezet.

“Ik geloof dat we nog nooit zoiets als het neoliberalisme beleefd hebben, een systeem waarin de verhouding tussen staat en burger zo wezenlijk veranderd is. Een normale relatie tussen burger en staat, waarbij de burger de staat via processen van representatie zover kan krijgen om een bepaald sociaal beleid te voeren, heeft geen enkele basis meer.

“Kijk naar de Europese Unie, dat is een neoliberaal project. Het gaat over internationale markten; hoe de economieën onderling kunnen floreren. Het maakt niet uit wat het kost van de burgers. De belangen van de financiële sector wegen eindeloos veel zwaarder. De huidige staat heeft niet het karakter om te doen wat Sanders of Corbyn zouden willen. En de burgers, zij hebben de neoliberale waarden in hun hoofd, als was het hun hoogst eigen motivatie.”

Van den Akker: “Dit klinkt mij te defaitistisch in de oren. Intellectuelen zijn al te lang in de ban van wat de marxistische theoreticus Fredric Jameson de ‘winner loses’-logica noemt. Door de alomvattendheid en onvermijdelijkheid van het neoliberale programma te benadrukken en te bekritiseren win je weliswaar het debat over deze tijd, maar hoe overtuigender de overwinning, hoe groter het verlies: de hoop en de wil om nog iets te veranderen.

“Ik denk dat burgers zich wel degelijk realiseren dat de huidige problemen het gevolg zijn van politieke keuzes. Hoe zou je de opkomst van mensen als Sanders en Corbyn anders verklaren? Macht is een sociale relatie; er bestaat dus per definitie tegenmacht. Dat is ook Foucault.

“Er wordt steeds maar gedaan alsof de economische crisis ons overkomt, als een natuurramp. En de gegroeide ongelijkheid. En de klimaatcrisis. Maar dat is een depolitiserend verhaal, waar we van links tot rechts veel te lang in mee zijn gegaan. De wereldproblemen overkomen ons niet. En ze staan niet los van elkaar, ze hangen nauw met elkaar samen. Klimaatverandering, neoliberalisme, ongelijkheid. Dat is één cluster. Daar moet een antwoord op komen van links.”

Trouw, 26-2-’16 © Marc van Dijk